Gasthoofdredacteur DNP lanceert nieuw genre

Dit artikel verscheen in de De Nieuwe Pers op 18 maart 2013 waar de schrijver een week lang als gasthoofdredacteur functioneerde

Het is natuurlijk een beetje vreemd om als hoofdredacteur van Nieuwsbank, gasthoofdredacteur van een journalistiek medium te zijn. Nieuwsbank is immers geen journalistiek medium maar een persberichtendistributeur en -verzamelaar. Er zijn er zelfs die vinden dat Nieuwsbank geen persbureau is. Want zoals elke journalist weet, is een persbericht geen journalistiek product. Nieuwsbank controleert ingezonden persberichten alleen op authenticiteit (alleen wanneer betaald ingezonden) en nieuwswaarde. Het hoor- en wederhoor en het analyseren laten we aan de journalisten over, onze abonnees. Toch zal de bijdrage van mijn gasthoofdredacteurschap een journalistieke zijn. Watch out!

Bij Nieuwsbank zien we journalisten en persvoorlichters niet als natuurlijke vijanden maar als onderdelen van de nieuwsproductie-keten. Persberichten staan – naast tips, geruchten, tweets en social-media-gebabbel – aan het begin van die keten. Journalistieke producten staan aan het eind. Nieuwsbank zit er tussenin. Wij leveren de journalist persberichten op maat. De journalist pikt eruit wat van zijn gading is en gaat daarmee aan de slag: hij of zij bekijkt de maatschappelijk relevantie, schat de nieuwswaarde in, pleegt hoor- en wederhoor, legt bredere verbanden of gaat juist dieper. Tenslotte ligt er een verhaal waar het persbericht vaak maar een klein onderdeeltje van is. Wanneer die journalist daar niets of te weinig voor betaald krijgt dan kan hij dus ook Nieuwsbank niet betalen. Nieuwsbank noch persvoorlichters hebben daar belang bij.

Verdienmodel

Maar ja, internet heeft de bodem weggeslagen onder het verdienmodel van de nieuwsmedia. Eerst verdwenen de mini-advertenties naar Marktplaats.nl, vervolgens de personeelsadvertenties naar de vacaturebanken en nu maken social media de goodwill advertenties overbodig. De grote advertentie-budgetten van de twintigste eeuw hebben zich niet alleen verplaatst, ze zijn ook fors kleiner geworden. Adverteerders hebben altijd al geweten dat minstens de helft van hun advertentie-uitgaven niets opleverde. Ze wisten alleen nooit welke helft. Dankzij internet weten ze dat nu wel. Social media leren persvoorlichters en marketeers te communiceren in plaats van te adverteren.

Ook de mediaconsument is dankzij internet op de centen gaan letten. Waarom maandelijks een vast bedrag betalen voor een berg informatie waarvan je bij voorbaat weet dat je er nog geen derde van blieft? In de vorige eeuw is een geweldige journalistieke overproductie ontstaan die niet langer meer uit advertentie-omzetten kan worden gefinancierd. Freelance tarieven dalen dramatisch. Redacteuren worden bij bosjes ontslagen en moeten zich verder als freelancer zien te redden. Of rompredacties toekomst hebben, zal nog moeten blijken, maar te hopen valt wel dat er althans in delen van de maatschappij een behoefte blijft aan onafhankelijke journalisten met kennis van zaken, scherpe analyses en een vooruitziende blik. Het DNP model van betalen voor individuele journalisten, lijkt mij een logisch antwoord op wat de markt vraagt.

Het blijkt dus dat ook wat de journalistiek betreft, internet zijn roeping waar maakt: de macht is aan de consument. Alleen die journalisten zullen overleven in het vak, die een duidelijke doelgroep voor ogen hebben. Die die groep aan zich weten te binden met een kwaliteit aan informatie die elders niet te vinden is, op de manier die de doelgroep wenst met de juiste onderwerpen op een adequate manier in de juiste hoeveelheid. Journalism on demand. De journalist moet uit zijn ivoren toren komen en luisteren naar wat zijn klanten willen.

Journalism on Demand

Terug naar de keten. Ook persvoorlichters willen dat journalisten luisteren. Persvoorlichters hebben onafhankelijke journalisten nodig, omdat ze dat zelf niet kunnen zijn. Journalist en persvoorlichter kunnen onderling van mening verschillen, dat hoort bij hun vak en hun professionaliteit bepaalt of ze daar goed in zijn. Wanneer de aandacht die de persvoorlichter vraagt, aansluit bij wat de abonnees vragen, dan heeft de journalist een match en zal hij of zij er iets mee moeten. Journalism on Demand, van twee kanten.

Het mooie is dat er van twee kanten kan worden betaald. Waar advertenties steeds minder effect hebben en journalisten steeds minder tijd, hebben persvoorlichters (cq marketeers) steeds meer budget om voor hun visie of product toch de nodige media-aandacht te genereren. Natuurlijk zijn er ook omkooppraktijken. In de reisjournalistiek en de autobranche is cheque-book journalism heel gewoon, heb ik me laten vertellen. Zelf heb ik me ook eens laten trakteren op een rondreis door de Azoren, maar naderhand durfde ik er met geen letter over te schrijven. En in 1986 was ik embedded in Mozambique. Waar ik een uitstapje met het leger alleen maar miste doordat de telefoon het niet deed. Achteraf hoorde ik van de collega’s dat het niet veel had gescheeld of ze hadden het niet kunnen navertellen. De betere persvoorlichter weet dat het verhaal van een onafhankelijk journalist altijd meer effect sorteert. Is dus bereid daar meer voor te betalen.

Het kiemverhaal

Mijn week als gasthoofdredacteur bij DNP wil ik gebruiken om een nieuw journalistiek genre te introduceren: Het kiemverhaal. Het kiemverhaal is, anders dan het persbericht, een journalistiek genre waarin een onderwerp wordt verkend. De voors- en tegens worden genoemd, hoor- en wederhoor gepleegd, maar er volgt geen definitieve conclusie. Het nodigt lezers maar vooral andere journalisten uit, om follow-ups en aanvullingen te schrijven. Echt een genre voor internet dus: het begin van een thread.

Veel beter dan een persbericht kan dit genre dienen om journalistieke aandacht te vestigen op een bepaalde problematiek of nieuwsitem. Het kiemverhaal kan bij een persvoorlichter in rekening worden gebracht zonder dat er sprake is van cheque-book journalism. Voorwaarde is dat de betaling vooraf gebeurt, zodat de journalist geen financiele druk ervaart om de persvoorlichter naar de mond te praten. Daar vervult Nieuwsbank als tussenpartij een nuttige functie. De journalist weet dat de betaling binnen is, de persvoorlichter weet dat betaling pas wordt gedaan nadat de journalist heeft geleverd. Is het verhaal niet naar de zin van de persvoorlichter dan krijgt de journalist toch betaald. De persvoorlichter heeft het voordeel dat hij direct kan aanhaken en als eerste kan uitleggen waarom er niks van klopt.

Voorwaarde is natuurlijk ook dat het voor andere journalisten aantrekkelijk moet zijn om aan te koppelen, om geheel onafhankelijk meer bewijzen of argumenten voor of tegen aan te dragen of om het hele verhaal af te maken en over te nemen. Gaat het lukken dit soort financiering rond te krijgen en daarmee goede journalistieke aandacht te genereren? Ik ga het deze week proberen.

Jan Halkes

Vul aan:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s